Parasha Re’eh (“Zie”) legt het volk een keuze voor tussen zegen en vloek, afhankelijk van Israëls gehoorzaamheid aan Gods geboden, en spoort hen aan Zijn wegen te volgen om zegen in het Beloofde Land te ontvangen. De parasja bevat bepalingen over de gecentraliseerde eredienst (één plaats voor offers), spijswetten, de omgang met valse profeten, en het gebod zorg te dragen voor de armen. Ook komt de viering van de feesten aan de orde: Pesach, Sjavoeot (Wekenfeest) en Soekot (Loofhutten). Door middel van deze vastgestelde momenten van ontmoeting tussen God en Zijn volk word de verbondsrelatie bevestigd. Daarnaast benadrukt Re’eh het bewaren van de geestelijke zuiverheid van de gemeenschap zodra Israël zich in het land vestigt.
Schriftgedeelten
Torah: Deuteronomium 11:26-16:17 en Haftarah: Jesaja 54:11-55:5.
Artikelen
Nog geen artikelen voor deze parasha.
Audio
Deze parasha begint met de oproep van Mozes aan het volk om ‘te zien’. Hij spoort hen aan, op de drempel van het beloofde land, de gevolgen van hun keuzes met eigen ogen te erkennen. De parasha legt de nadruk op de wetten en voorschriften die de Israëlieten moeten naleven bij hun aankomst in het land. Mozes onderwijst de generatie die het land zal binnentrekken over belangrijke onderwerpen, zoals de vernietiging van afgoderij, de wetten van tienden, liefdadigheid, dieetvoorschriften, de feestdagen, en de verplichting om offers uitsluitend te brengen op de door God aangewezen plaats. In deze studie zullen we enkele van deze onderwerpen in hun onderlinge samenhang bespreken.
Digital Humanities tools
Een (engelstalige) analyse van deze parasja met gebruik van digitale hulpmiddelen zoals SHEBANQ en Text-Fabric op basis van de Biblia Hebraica Stuttgartensia Amstelodamensis (BHSA)-dataset vindt u hier.

