Parasja Shoftim (“Rechters”) richt zich op het vestigen van een eerlijke en rechtvaardige samenleving door richtlijnen te geven voor het aanstellen van rechters en leiders, zodat recht en gerechtigheid in het bestuur gewaarborgd zijn. De parasja introduceert wetten over koningen, priesters en profeten en benadrukt dat leiders integriteit, nederigheid en trouw aan Gods wet moeten tonen. Ook bevat zij regels voor oorlogsvoering en voorschriften voor de behandeling van onopgeloste moorden, om de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en heiligheid te behouden. Daarnaast onderstreept Shoftim het belang van getuigen en een rechtvaardige behandeling van verdachten, ter bevordering van waarheid en gerechtigheid.
Schriftgedeelten
Torah: Deuteronomium 16:18-21:9 en Haftarah: Jesaja 51:12-52:12.
Artikelen
Nog geen artikelen voor deze parasha.
Audio
Deze sjabbat lezen we parasja Shoftiem, waar de Torah begint met een concrete opdracht: stel rechters en gerechtsbeambten aan “binnen al je poorten”, zodat het volk rechtvaardig wordt berecht (Deut. 16:18). Daarmee wordt gerechtigheid neergezet als iets dat het dagelijkse leven moet doordringen, niet als een abstract ideaal. De kern klinkt in de oproep: “Gerechtigheid, gerechtigheid moet je najagen” (Deut. 16:20). Dat roept de vraag op hoe wij, persoonlijk en als gemeenschap, recht kunnen doen en recht kunnen blijven zoeken—juist in een wereld vol druk en verwarring.
Digital Humanities tools
Een (engelstalige) analyse van deze parasja met gebruik van digitale hulpmiddelen zoals SHEBANQ en Text-Fabric op basis van de Biblia Hebraica Stuttgartensia Amstelodamensis (BHSA)-dataset vindt u hier.

