Parasja Vezot HaBerakhah (“En dit is de zegen”) is de laatste parasja van de Tora. Mozes spreekt, kort voor zijn sterven, een zegen uit over alle stammen van Israël (Deut. 33). Daarna stijgt hij de berg Nebo (Pisga) op, vanwaar God hem het hele Beloofde Land laat zien, hoewel hij het zelf niet zal binnengaan. Mozes sterft op de leeftijd van honderdtwintig jaar; God begraaft hem in het dal in Moab, en niemand kent zijn graf. Israël rouwt dertig dagen, en Jozua wordt vervuld met de geest van wijsheid om het leiderschap over te nemen, want Mozes had hem de handen opgelegd.
De Tora eindigt met het eerbetoon dat er geen profeet als Mozes is opgestaan, die de HEER van aangezicht tot aangezicht kende en die zulke tekenen en wonderen deed. In de joodse liturgische traditie wordt na deze parasja op Simchat Tora meteen opnieuw begonnen met Beresjit (Genesis), zodat de zegen van Mozes uitmondt in een nieuwe lezing van het begin.
Schriftgedeelten
Torah: Deuteronomium 33:1-34:12 en Haftarah: Jozua 1:1-18.
Artikelen
Nog geen artikelen voor deze parasha.
Digital Humanities tools
Een (engelstalige) analyse van deze parasja met gebruik van digitale hulpmiddelen zoals SHEBANQ en Text-Fabric op basis van de Biblia Hebraica Stuttgartensia Amstelodamensis (BHSA)-dataset vindt u hier.
← parasja Ha’azinu | overzicht parasjot | parasja Bereshit →

