Parasha Masei (“reizen”) beschrijft de tocht van de Israëlieten door de woestijn en somt alle etappes op, vanaf hun vertrek uit Egypte tot aan hun kampement bij de Jordaan. God draagt hun op de inwoners van Kanaän te verdrijven en het land door het lot onder de stammen te verdelen, waarbij de grenzen van het Beloofde Land nauwkeurig worden vastgesteld. De parasja besluit met bepalingen over de vrijsteden voor wie doodslag heeft begaan en met een definitieve uitspraak over het erfrecht van de dochters van Selofchad, zodat het familiebezit binnen de stam blijft.
Schriftgedeelten
Torah: Numeri 33:1-36:13 en Haftarah: Jeramia 2:4-28&3:4.
Artikelen
Nog geen artikelen voor deze parasha.
Digital Humanities tools
Een (engelstalige) analyse van deze parasja met gebruik van digitale hulpmiddelen zoals SHEBANQ en Text-Fabric op basis van de Biblia Hebraica Stuttgartensia Amstelodamensis (BHSA)-dataset vindt u hier.

